donderdag 18 november 2010

Raconter, c'est faire revivre un peu

Wie kent niet het gezegde 'Partir, c'est mourir un peu', dat zoveel wil zeggen als 'afscheid nemen is een beetje sterven'? Zo zou je ook kunnen zeggen dat vertellen een beetje doen herleven is.

De eerste bijeenkomst van de studiekring 2010-2011 afgelopen woensdag stond in het teken van introductie. De deelnemers introduceerden zichzelf en ondergetekende introduceerde Jacques Maritain.

Als Franse, Rooms-Katholieke, filosoof, is Jacques Maritain in Nederlandse protestantse milieus niet erg bekend, toch meenden Maarten en ik er goed aan te doen een boek van zijn hand te gaan bespreken. Dat heeft twee redenen. Ten eerste is Jacques Maritain iemand die vanuit een christelijke visie op mens en samenleving politiek filosofie bedreef, dat spreekt aan. Ten tweede behandelt hij in zijn boek 'Mens en Staat' een aantal fundamentele politieke begrippen. Enerzijds worden we daar ook in actuele politieke discussies mee om de oren geslagen, anderzijds zijn het begrippen die niet altijd even helder gedefinieerd of onderscheiden worden, mens, burger, gemeenschap, natie, staat enzovoorts.

Beknopte levensloop
Jacques Maritain werd in 1882 geboren en groeide op in een vrijzinnig protestants milieu. Hij studeerde in Parijs aan de bekende Sorbonne universiteit. Die universiteit was in meerdere opzichten bepalend voor zijn verdere levensloop. Ten eerste omdat hij daar zijn vrouw ontmoette, Raïsa Oumancoff was een Russische Jodin die in die tijd net als Jacques op zoek was naar waarheid. Ten tweede omdat Maritain in zijn studie van de natuurwetenschappen sterk in aanraking kwam met scientisme. Het scientisme dat toentertijd heerste aan de Sorbonne, zoals ongetwijfeld aan menige instelling, behelst een geloof in de natuurwetenschap als wetenschap die alles kan verklaren. Vanuit deze visie zijn bijvoorbeeld filosofie en theologie volstrekt onnuttige studies. Jacques Maritain had al snel tabak van deze onrealistische benadering van het leven en zocht naar alternatieve denkwijzen. Op aanraden van een kennis woonde hij de lezingen van de toen juist opkomende filosoof Henri Bergson bij. Deze stelde dat voor het begrijpen van de realiteit de intuïtie en de directe ervaring belangrijker zijn dan rationalisme en wetenschap. Omstreeks die tijd raakten Jacques en Raïssa ook bevriend met de auteur Léon Bloy, die hen in aanraking bracht met de Rooms-Katholieke orthodoxie, waarop beiden tot geloof kwamen.

Enige tijd later besloot Jacques om in Heidelberg biologie te gaan studeren, omdat Hans Driesch daar hoogleraar was. Driesch had namelijk een neo-vitalistische theorie ontwikkeld die aansloot bij het denken van Bergson. In Heidelberg werd Raïssa ziek. Op haar ziekbed bracht een pater dominicaan haar werken van Thomas van Aquino. Nadat zij deze gelezen had en er veel van haar eigen denken in herkende, gaf ze de boeken door aan Jacques, die ze verslond en zich daarop meer in de filosofie ging inlezen. Zodoende werd Jacques Maritain een neo-thomistisch filosoof.

Hij zou nog hoogleraar worden aan diverse Franse en Amerikaanse universiteiten en zo'n 60 boeken schrijven, van 1945-1948 was hij ambassadeur van Frankrijk in Vaticaanstad en van 1948 tot 1956 was hij hoogleraar aan Princeton, waar hij met emeritaat ging. In 1973 overleed hij, zijn vrouw was enkele jaren daarvoor reeds overleden.

Volgende bijeenkomst
De volgende bijeenkomst van de studiekring is op 15 december, dan bespreken we hoofdstuk 1 'Volk en Staat'.